Koen Vaninge.
Lees Vijf · Koen Vaninge

Maak kennis met Vijf via ‘De eerste’: een hoofdstuk waarin een cafébezoek een herinnering aan een eerste kus oproept.

De eerste

Hier zit ik dan. Alleen. In café M in M. Ooit een van de bruinste cafés in M. toen dat nog een smerige stad was. Vandaag ziet café M nog steeds hetzelfde eruit, maar dan opgekuist. Zoals de stad M. dus.

Als puber kwam ik hier bijna dagelijks, denkend dat de vrienden van toen de vrienden van altijd zouden zijn. Ik heb ze na de overname door nieuwe uitbaters nooit meer gezien.

Ik kwam hier met Micky, die nu R. heet. Ik kwam hier met mijn ouders. Ik kwam hier met mijn klasgenoten na de examens.

Nu zit ik hier op de barkruk, helemaal links aan de toog. Net als met oudjaar 1975. Op krak dezelfde barkruk. De uitbaatster organiseerde regelmatig voor de stamgasten quizavonden, couscousavonden, uitstappen, oudjaarfeesten. En dan mocht je enkel als stamgast binnen of op uitnodiging van een stamgast.

Ik was er met Mia. We zaten enkele jaren samen in het middelbaar. Mia was vrijheid, libertijns, volgzaam rebel van het onderwijs. Zoveel slimmer en wijzer dan ik die rebelleerde zonder reden. Ik stal voor haar, als zeventienjarige, de motor van mijn oudere broer om naar Tommy van The Who te gaan kijken in A. Met haar ging ik naar mijn eerste studentenfuif, dat heette toen nog TD. Met haar ging ik zaterdags naar de Beethovenkelder, waar ze uit eerlijke schaamte mij kwam halen als ik te lang niet werd gehaald uit de bamba kring. Met haar tegeldanste ik. Ik was zo verliefd op haar zoals enkel pubers kunnen zijn. Ze was zo lief om me net niet te negeren. Met haar zat ik op een barkruk in 1975 naar 1976. Met haar kuste ik op die twee barkrukken, onder luid applaus van de stamgasten. Omdat ze er die avond zin in had.

Maar daarvoor was er oktober 1973. Mijn eerste kus ooit. Haar eerste kus ooit. De dj speelde Angie van de Stones. Zij was veertien, ik vijftien, en ik weet niet meer precies hoe we daar stonden, hoe dicht tegen elkaar, waar mijn handen waren of de hare. Misschien heeft de herinnering ons in de loop der jaren wat dichter tegen elkaar geschoven. Herinneringen doen dat. Ze herschikken lichamen, verplaatsen handen, verbeteren licht.

Ik kuste haar blijkbaar alsof er daarna niet meer gekust zou worden. Ze schrok van mijn hevigheid en ik wist dat ik te ver was gegaan, misschien nog voor ik begreep waarom. We waren jong, ontzettend jong. Dat verklaart veel, niet alles.

Daarna kwam het leven, zoals dat meestal komt, met andere mensen, andere liefdes, werk, huizen en vooral veel tijd. Veel later zagen we elkaar terug, vijftigers inmiddels. We dronken koffie en praatten, aangename koffiekletsjes van twee mensen die ooit iets voor elkaar waren geweest en niet meer hoefden uit te zoeken wat. Geen eerste liefde die gered moest worden, geen eerste kus die opnieuw moest. Gewoon zij en ik.

En eindelijk kon ik zeggen dat het me speet, die kus, mijn hevigheid, dat ik wist dat ik te ver was gegaan. Ze keek er lichter naar dan ik. Ze zei dat ze er nooit een trauma aan had overgehouden en ik geloofde haar. Waarom zou ik haar niet geloven over iets wat haar was overkomen? Misschien had ik het al die jaren zwaarder meegedragen dan zij.

We dronken onze koffie, praatten verder en lachten. Ik weet niet meer waarover. Dat vind ik jammer. Of misschien niet.

Ik zit hier op de barkruk van lang geleden. Zonet is Mia begraven. En ze speelden wtf Angie van de Stones op die fucking begrafenis.

La vie n’est pas parfaite. Elle se trompe parfois.